PERSruimte>

Veilig rijden in de sneeuw

Lees onze tips.



 

  1. Blijf kalm onder alle omstandigheden.
     
  2. Versnel geleidelijk bij het optrekken, zeker op een helling.
     
  3. Vertrek langzaam om elk risico op slippertjes te vermijden. Je wielen moeten zo recht mogelijk staan om de kans op schuivende wielen te beperken. Als je wielen toch beginnen te glijden, schakel dan een versnelling hoger (naar tweede in plaats van eerste versnelling). Zo verminder je de kracht die op de wielen wordt uitgeoefend en zal de auto minder slippen bij het vertrekken. 
     
  4. Rijd voorzichtig en vermijd bruuske versnellingen, plotse richtingsveranderingen of plots remmen.
     
  5. Verminder je snelheid en hou een veilige afstand.
     
  6. Anticipeer op de staat van de weg en onverwachte manoeuvres van andere voertuigen.
     
  7. Rem op de motor als je bergaf rijdt en hou voldoende afstand.
     
  8. Wees extra voorzichting in bochten. Verminder je snelheid voor de bocht. Rij langzaam en gelijkmatig in de bocht zelf. 
     

Wat als je auto toch begint te slippen?

Bij een auto met voorwielaandrijving

Probeer de controle terug te krijgen door nog te vertragen. Laat onmiddellijk het gaspedaal los, ontkoppel en trap indien nodig zeer lichtjes op het rempedaal, zonder echter de wielen te blokkeren. 

Bij een auto met achterwielaandrijving

Stuur tegen terwijl je zeer lichtjes versnelt om het evenwicht te herstellen. Rem niet: dat brengt de beweging van je auto nog meer uit evenwicht.

En met automatische versnellingsbak?

Net als bij een wagen met manuele versnellingsbak, kan je het best ontkoppelen.
Dat doe je door de versnellingspook in neutraal te zetten. Daardoor wordt de aandrijving op de wielen tijdelijk onderbroken. Zodra je wielen weer grip hebben, zet je de versnellingspook weer in D (drive).

Bron: BIVV en Touring

Alle nieuws zien